Hoe realiseer je binnenklasdifferentiatie?

Hoe realiseer je binnenklasdifferentiatie?

Leerpunt formuleert aanbevelingen in de leidraad ‘Differentiatie: samen naar de meet’. Voor de startende leerkracht in het kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs stellen we daaruit drie aanbevelingen voorop:

  1. Vertrek vanuit uitdagende doelen
  2. Ken en volg je leerlingen
  3. Gebruik principes voor effectieve instructie 

De leerdoelen vormen een kompas voor jou en jouw leerlingen. Als je goed weet wat je wil bereiken, zal je geschikte keuzes kunnen maken op het vlak van leerinhouden, werkvormen, leermaterialen en evaluatie.  

Verwijzing

Richtlijnen bij het selecteren en formuleren van doelen vind je in de Eduvraag ‘Hoe werk ik doelgericht?‘

Bij convergente binnenklasdifferentiatie beoog je dat álle leerlingen de leerdoelen bereiken. Om dat te bereiken, speel je in op verschillen tussen leerlingen in voorkennis en leerstatus door bijvoorbeeld extra instructie aan te bieden, meer leertijd te voorzien, herhalings-, basisstof of uitbreidingsstof aan te bieden, enz.. 

Het beheersingsleren of het daarbij aansluitende in Vlaanderen gekende BHV-model zijn werkwijzen om én de doelen door alle leerlingen te laten bereiken én rekening te houden met verschillen in leerstatus. 

→ BHV-model

Het BHV-model staat voor de afkortingen Basisstof, Herhalingsstof en Verrijkingsstof. Als je werkt volgens dit model, is het noodzakelijk op voorhand te bepalen wat de kennis en vaardigheden zijn die alle leerlingen zullen moeten beheersen; de leerdoelen. Die vormen de basisstof die je eerst zal onderwijzen. Na het behandelen van de basisstof ga je na in hoeverre de leerlingen de basisstof beheersen.  

Leerlingen die de basisstof nog onvoldoende beheersen, bied je herhalingsstof aan. Deze ondersteun je door middel van bijvoorbeeld extra instructie. Leerlingen die de basisstof wel al voldoende beheersen, krijgen verrijkingsstof aangeboden om tot diepere verwerking te komen.  

Het BHV-model differentieert dus zowel in hoeveelheid tijd die de leerlingen krijgen om de doelen te bereiken, als in de leerstof die ze aangeboden krijgen. Doordat alle leerlingen uitgedaagd worden op hun niveau, werkt dit model motiverend. Tegelijk steef je naar beheersing van de basisstof door álle leerlingen én rondt de klasgroep samen de leerperiode af. 

Om in te kunnen spelen op ondersteuningsnoden van leerlingen, is het essentieel de leerstatus van de leerlingen te monitoren. Dat doe je zowel tijdens lessen, tussen lessen in een lessenreeks als via verschillende vormen van evaluatie. 

De leerstatus van je leerlingen monitoren tijdens jouw les kan op verschillende manieren: 

→ Álle leerlingen geven antwoord: Via wisbordjes, door een kaartje, voorwerp, pictogram of een aantal vingers omhoog te steken geven leerlingen gelijktijdig antwoord op jouw vraag en krijg je inzicht in het denken van de leerlingen. 

→ Typische misvattingen checken: Op voorhand voorspel je welke typische fouten of misvattingen wellicht zullen ontstaan. Tijdens de lesrealisatie check je deze afdoend af.  

→ Diagnostische vragen: Je voorziet vragen of opdrachten aan de hand waarvan je essentiële denkstappen die de leerlingen moeten zetten in kaart kan brengen tijdens de les. 

  

Verwijzing

Duiding en tips bij het ‘monitoren van begrip’ en ‘evalueren’ vind je bij de Eduvraag ‘Hoe kan ik evalueren?’ 

Instructie is de verzameling van bewuste methodieken of werkvormen die de leraar gebruikt om het leren van leerlingen te ondersteunen (Surma et al.,2019, p. 7). Een instructie is effectief wanneer ertoe leidt dat de leerlingen tot maximaal en diepgaand leren komen.  

Verwijzing

Duiding en tips bij het geven van instructies vind je in de Eduvraag: ‘Hoe geef ik instructies?‘

→ Gradual release of responsibility (GRR) 

Dit model benadrukt de geleidelijke overgang tussen instructie en zelfstandige verwerking. Het model bestaat uit vier stappen.