Waarom is binnenklasdifferentiatie nodig?
Herken je deze onderwijssituaties?
Tijdens een lesactiviteit over het maken van patronen binnen het thema de lente, merk je dat sommige kinderen het moeilijk hebben om een AB-patroon na te maken (krokus – tulp), terwijl dat bij andere kleuters vlot gaat en sommige kleuters zelfs al spontaan een moeilijker patroon proberen maken (ABC of ABB) (krokus – tulp – narcis of krokus – tulp – tulp).
Hoe speel je daarop in? Hoe zorg je voor leerwinst bij alle leerlingen? Hoe pas je jouw instructie aan en hoe organiseer je dat allemaal?
Tijdens een rekenles over deling met rest in het derde leerjaar start je met een korte oefening om de voorkennis te activeren: “Hoeveel groepjes van 4 kan je maken met 12 potloden?” Terwijl leerlingen hun antwoorden tonen op wisbordjes, wordt meteen duidelijk wie vlot naar het juiste antwoord komt, wie het principe nog verwart met aftrekken, en wie spontaan doordenkt richting restdeling. Door die controle van begrip zie je de verschillen in beheersingsniveau ontstaan.
Welke leerlingen hebben nood aan een herhaling met concreet materiaal? Wie heeft meer begeleide oefentijd nodig? Wie is klaar voor complexere toepassingen? Hoe werkt die binnenklasdifferentiatie nu en welke didactische keuzes moet ik hierbij maken?
Tijdens een les Nederlands over de onvoltooid tegenwoordige tijd merk je dat enkele leerlingen de leerstof eigenlijk al vlot beheersen vanuit de lagere school. Andere leerlingen moeten wat dieper in hun geheugen graven en nog andere leerlingen lijken dit helemaal te zijn vergeten.
Wat doe je hiermee als leerkracht? Hoe kan je je voorbereiden op zo’n verschillen tussen leerlingen? Hoe kan je tijdens de les zelf monitoren en bijsturen? Hoe zorg je ervoor dat álle leerlingen de basisdoelen bereiken en dat leerlingen die de inhoud al goed beheersen nog meer uitgedaagd worden?
In elk van deze situaties ervaar je verschillen tussen leerlingen. Die verschillen kunnen zich situeren op het vlak van voorkennis, beheersingsniveau, tempo, leerbereidheid, enz. Toch wil je dat alle leerlingen een groei doormaken, de vooropgestelde doelen bereiken en voldoende uitgedaagd worden.
Je bewust zijn van deze verschillen en ermee aan de slag gaan, is essentieel om ongelijkheid tussen leerlingen te voorkomen en het opbouwen van achterstanden tegen te gaan. Bij differentiatie zijn hoge verwachtingen steeds het vertrekpunt; de overtuiging dat een leerling beter kan (leren) presteren dan nu het geval is.
