In het lab Energie kunnen volgende topics aan bod komen:
- Vermogenselektronica
- Elektrische motoren en generatoren
- Transformatoren
- Hernieuwbare energievormen (zonnepanelen, windenergie)
- Aandrijvingen
- Projectwerking
Veilig omgaan met het materiaal in het labo is bijzonder belangrijk! Je werkt met spanningen tot 400V.
Veiligheidsvoorschriften in deze laboruimte
Bedieningen op de muur
Bij het indrukken van de noodstop wordt het volledige labo (excl. verlichting) zonder spanning gezet. Enkel de labodocent is bevoegd om de spanning terug in te schakelen na controle van de fout.
Voedingspaneel tafel
Iedere labtafel heeft een eigen voedingsbord. Klik op de verschillende info-buttons voor informatie over de onderdelen.
LET OP!Â
Enkel na controle en toestemming van de docent mag je je laboproef aansluiten. Dit om de veiligheid ten allen tijden te kunnen garanderen!
Hernieuwbare energie
Dit bord vind je achteraan het labo Energie. Het vormt de aansluiting in de laboruimte naar de zonnepanelen en windturbine op het dak.
Klik op de infobuttons voor informatie.
Deze noodstop zal enkel dit bord zonder spanning zetten.
Wandbedieningen
In dit voorbeeld wordt een paneel getoond met een contactor. Klik op de infobuttons om de informatie weer te geven.Â
Je ziet verschillende soorten aansluitingen voor veilige en onveilige snoeren.
Oscilloscopen
Oscilloscopen worden gebruikt om spanningsvormen te visualiseren.

Bijgevolg kan dit resulteren in een nulscore voor het labo!
- Kies kabels die steeds voldoende lang zijn om een opstelling via soepele kabels te kunnen aansluiten.
- Zorg voor een veilige en overzichtelijke meetopstelling.
- Verwijder de snoeren van aan de voedingsaansluitingen bij iedere aanpassing.
- Voedingsaansluitingen steeds klaarleggen en nog niet inpluggen.
- Gebruik voor visualisatie van spanningsvormen met de oscilloscoop > 100 V, minimum probes die het signaal 10 x verzwakken (zie oscilloscopen).
Mechanische bewerkingen
Achteraan het labo is er een werkbank met de mogelijkheid om kleine mechanische handelingen uit te voeren.
- Kolomboormachine
- PBM’s op de vensterbank (gebruik een stofmasker, veiligheidsbril en gehoorbescherming)
- Lees de veiligheidsinstructiekaart voor gebruik van de machine.



- Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM): Draag altijd geschikte PBM’s, zoals een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Vermijd loshangende kleding en sieraden die vast kunnen komen te zitten in de machine.
- Werkgebied: Zorg ervoor dat het werkgebied schoon en goed verlicht is. Verwijder alle losse voorwerpen en materialen die in de weg kunnen liggen of gevaar kunnen opleveren.
- Inspectie: Controleer de kolomboormachine voor gebruik op beschadigingen of slijtage. Zorg ervoor dat alle veiligheidsbeschermingen en afschermingen correct zijn geplaatst en goed functioneren.
- Bevestigen van werkstuk: Zorg ervoor dat het werkstuk stevig is vastgeklemd of vastgezet op de werktafel om te voorkomen dat het beweegt of loskomt tijdens het boren. Een werkstuk vastklemmen kan door gebruik te maken van de bijhorende klemmen (sergeanten).
- Boorsnelheid: Stel de juiste boorsnelheid in voor het materiaal dat geboord wordt. Te hoge snelheden kunnen oververhitting en schade aan de boor en het werkstuk veroorzaken.
- Gebruik van Gereedschap: Gebruik alleen scherpe en geschikte boren voor het materiaal dat wordt bewerkt. Stompe boren kunnen slippen of breken, wat gevaarlijke situaties kan opleveren.
- Handen en kleding: Houd handen, vingers en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen van de machine. Gebruik indien nodig een boorklem om het werkstuk vast te houden.
- Noodstop:Â De machine kan direct gestopt worden door de noodstop in te klikken.Â
- Afval en spanen: Verwijder opgehoopt boorafval en spanen regelmatig met een borstel of stofzuiger. Gebruik nooit je handen om spanen te verwijderen, omdat deze scherp kunnen zijn en letsel kunnen veroorzaken.
Overige risico’s
In het labo Energie gaat vaak projectwerkdoor waarbij aan verschillende opstellingen mechanische, chemische en elektrische risico’s verbonden zijn. Zo zijn er:
- de energiefiets;
- alle toestellen van het energiedorp;
- de waterstofopstelling
Voor deze opstellingen mag je niet zelf aan de slag gaan, luister daarvoor altijd eerst naar de instructies van de labodocent.

Bij spanningsmetingen op 230 V of 400 V opstellingen worden er gebruik gemaakt van verschilprobes die het signaal 20x of 200x verzwakken.
Stroomtangen verzwakken het signaal 10x.